| O’Neills
heeft zijn drankvergunning meer dan
300 jaar, lang voordat de straat waaraan
het zich bevindt werd genaamd. Maar
het gebied rond Suffolk Street heeft
voor meer dan 1000 jaar een belangrijke
rol gespeeld in administratieve, commerciele
and culturele zin in het ontstaan van
de geschiedenis van Dublin. Dit gebied
was ten tijde van de Vikingen in een
machtige positie, O’Neills is
gebouwd op de exacte locatie waar de
Noorse “Thingmote” oftewel
het Parlement was gevestigd. De “Thingmote”
was een dijk van aardewerk met een hoogte
van ruim 12 meter en een omtrek van
meer dan 73 meter. Deze dijk werd door
de Denen gebruikt als de plek waar hun
wetten werden openbaar gemaakt. Later
liet Koning Henry II hier een paleis
bouwen speciaal voor de ontmoeting in
1172 met de Ierse Leiders. Hij ontving
hier de meningen van de Ierse Leiders
en vermaakte hen met militaire vertoningen.
In de Middeleeuwen werd het gebruikt
voor vermaak van het publiek en zelfs
executies. In 1681 werd het met de grond
gelijk gemaakt in opdracht van Leider
van Justitie en de aarde werd gebruikt
om Nassau Street te verhogen om overstroming
tegen te gaan. Opgravingen in Suffolk
Street hebben wapens blootgelegd die
stammen uit de tijd van de Noorse periode
welke nou tentoongesteld worden in de
Nationale Museum van Ierland.
In
het achttiende eeuwse Dublin, Suffolk
Street was een populair gebied, zowel
voor commercieel gebruik als voor woongebied.
Dit niet alleen omdat het in de nabijheid
van het Parlementsgebouw op het College
Green lag, maar ook van Trinity College
en Dublin Kasteel. In 1716 hield Robert
de 19e, Graaf van Kildare, zetel hier
voordat hij zich terug trok in Leinster
Huis, hetgeen ontworpen is door de beroemde
architect Richard Castle die ook een
bewoner van Suffolk Street was. Castle
was ook verantwoordelijk voor het ontwerp
van de Music Hall in Fishamble Street
en de originele tekeningen voor het
Parliament House aan College Green.
Andere beroemde bewoners van Suffolk
Street zijn John Villiers, Graaf van
Gradison en John Philpot Curran, de
beroemde advocaat, staatspersoon en
vader van Sarah Curran (verloofde van
Robert Emmet).
Het
deel van het hedendaagse O’Neills
dat doorloopt tot aan Church Lane werd
in 1792 als plaats gebruikt waar “The
Press & Quote” werd gedrukt.
Dit was een Republikaans nieuwsblad
gebaseerd op het orginele Wolfe Tone
principe, opgericht door Arthur O’Connor,
die verantwoordelijk was voor het verkrijgen
van sympathie en hulp voor de United
Irishmen in 1798. Een aantal jaren daarvoor
in 1783 drukte William Butler de Volunteers
Journal oftewel de Irish Herald op datzelfde
kantoor.
Gedurende
deze tijd, op Suffolk Street nummer
2, runde de familie Coleman niet alleen
de bar waarvoor een vergunning nodig
was, maar waren tevens de kruidenier,
thee, wijn en alcoholische dranken verkopers.
De familie Coleman handelden op dit
adres van 1755 tot aan 1875 toen het
pand onder de lease overeenkomst kwam
met de gebroeders Hogan. Een rekeningsnota
onder de eigenaar op 11 Augustus 1862,
Patrick Coleman, welke bewaard is gebleven,
geeft ons inzicht in de toenmalige prijzen.
Toendertijd kostte een groot glas Porter
3d, een groot glas Bass uit de fles
kostte 2.5d, een fles Gemberbier 2d
en een gallon (ongeveer 4.54 liter)
Malt kostte 4s 8d.
We
kunnen aannemen dat Suffolk Street in
1889 een drukke hoofdstraat was, de
moderne O’Neills Pub op nummer
2, het pand dat nu de Ulster Bank huisvestigd
op nummers 3,4 en 5 was de Royal Arcade
Hotel en dat deel van O’Neills
dat in Church Lane gevestigd is was
de Burlington Restaurant. O’Neills
was vroeger aan een kant verbonden met
een hotel en met een restaurant aan
de andere zijde. Het was niet tot aan
2 Augustus 1927 dat het café
de naam O’Neills kreeg, dit was
toen de familie de zaak
overnam van Paul Hogan.
|